Wat wil je later worden? Een terugblik vanuit de toekomst.

Toen ik op de basisschool zat, leek mijn pad naar ‘later’ me duidelijk. Ik zou naar de middelbare school gaan, en dan zou ik genoeg leren om daarna te gaan werken. Simpel genoeg. Het leek me niets om op kantoor of in de bouw te werken. Mijn vader is bouwkundige, en ik had niets met zijn werk als kind. En kantoren stonken in de jaren 90 nog heel erg naar kantoor. Daarbij had ik het beeld van in een donker, stinkend hol opgesloten zitten. Tja. Juffrouw worden, dat leek me dan wel weer wat. Met kinderen bezig zijn, ze gave dingen leren, dat idee.

toekomst-future-later

Inspiratie voor mijn artikel was (een beetje onbewust, sorry) Vivian – die zo dapper schrijft over de dingen waar ze nu tegenaan loopt, en die genoeg overlap in haar situatie heeft om mijn herinneringen naar boven te halen.

 

Ingehaald door de realiteit

Op de havo fietste ik nog steeds best wel makkelijk door de jaren heen. Ik kreeg met de tweede fase wel moeite met het zelfstandig werken – en dan vooral het plannen. Voor een ckv (culturele kunstzinnige vorming)1-dossier moet je niet alleen de verslagen op tijd geschreven hebben. Je moet ook op tijd naar de voorstellingen en zo gegaan zijn! Gelukkig waren er genoeg door de school georganiseerde activiteiten die ik kon gebruiken. Gelukkig had ik een lieve tekenlerares die me er doorheen sleepte – én door mijn profielwerkstuk trouwens. Want oei, daar op tijd aan beginnen en genoeg aan werken was ook een ramp! Achteraf had ik een beperking die qua plannen wel wat op add lijkt. Maar daar was überhaupt nog erg weinig over bekend. Maar goed, de havo haalde ik verder zonder al teveel moeite, want leren dat kan ik gelukkig wel.

Lees ook: Wat wil je later worden? Naar de toekomst!

Kiezen voor later

Maar ja, toen moest ik echt gaan kiezen wat ik wilde gaan doen. Ik wilde als kind al juffrouw op de basisschool worden, en speciaal onderwijs leek me supergaaf. Ik kreeg op een open dag te horen dat dan de beste weg zou zijn om sph te gaan doen. Dan kon ik daarna een lesbevoegdheid halen. Achteraf werden, juist toen ik daarmee klaar was geweest, ongeveer alle mensen die dat traject hadden gevolgd eruit gewerkt. Maar goed, ik had er zelf toch niets aan.

De theorie van de opleiding vond ik geweldig, maar wat knalde ik tegen mezelf aan! Ik kreeg een bindend afwijzend studieadvies, want van de praktijkvakken bakte ik he-le-maal niets. Ik was veel te jong, en een onzeker vogeltje die niet voor zichzelf op durfde komen.

Volgende opleiding

Dus werd het de pabo, want ik wilde nog steeds het onderwijs in, later als ik groot was. Dat was het begin van wat misschien wel een van de naarste jaren van mijn leven zou worden. Ik kwam in een diagosetraject voor die beperking waar ik het eerder over had. Bij de opleiding werd daar niets mee gedaan. Achteraf was ik flink depressief, maar ik gooide het op mijn falen bij mijn opleiding en andere externe factoren. Mijn ouders deden wat ze konden voor me, maar konden ook niet meer dan ze deden.

De begeleiding vanuit mijn opleiding bestond uit mijn ‘mentor’. Haar had ik op dat moment misschien één keer gesproken had en die er verder bijna nooit was. Zij vroeg of alles wel goed ging omdat ze verhalen gehoord had. Heck, ik durfde het achterste van mijn tong al niet eens te laten zien bij mensen die ik vertrouwde. Laat staan dat ik iemand vertrouwde die ik niet eens echt kende. En erger, die voor mij hoorde bij de groep mensen die me keihard lieten vallen. Misschien overbodig te zeggen: die opleiding werd het ook niet.

agenda-planner-planning

Dan maar gaan werken

Nadat ik met mijn tweede opleiding gestopt was, ben ik gaan werken. Ik krabbelde weer stukje bij beetje op. Toen ik op sollicitatiegesprek kwam voor een suf baantje, bleek ik tegenover iemand te zitten die op de havo een paar klassen hoger had gezeten. Op de een of andere manier klikte er een ‘he, jij zat toch ook op die school?’ en kreeg ik de baan. Iemand had vertrouwen in me, en mijn vertrouwen in mezelf groeide weer wat. Van het ene baantje rolde ik in de andere, tot ik ergens een jaarcontract kreeg in plaats van alleen uitzendwerk. Toen dat contract niet werd verlengd wilde ik mijn kans grijpen om weer te gaan studeren. Ik had immers ooit gezegd dat ik niet op kantoor wilde werken, en kantoortuinen zijn niet mijn ding.

 

Later leraar worden: nope

Ook toen begon ik weer aan een leraaropleiding, deze keer om docent Engels te worden. En weet je wat? Lesgeven is niet waar mijn talenten liggen. Sinds ik een klein meisje ben wilde ik lesgeven. Maar in de herfst van 2012 besloot ik in overleg met mijn stagebegeleidster om die droom op te geven. De dingen waar ik acheraf het meest tegenaan liep? Plannen. En dan vooral het overzicht houden in de klas. Ik kon me alleen concentreren op óf mijn voorbereide les, óf de leerlingen. Ik kon gewoon nooit allebei de aandacht geven die nodig was. En realistische lessen in elkaar zetten. Daar word je beter in schijnt, maar die van mij ontstegen gewoon het niveau van een tweedejaars student niet. Ik kreeg het niet voor elkaar.

 

En nu?

Ik ben ondertussen een paar jaar verder. Hoe het nu gaat met de vraag ‘wat wil je later worden?’ behandel ik in een volgende post.

5 comments / Add your comment below

  1. Een hele weg heb je afgelegd. Dat heb ik ook op werkgebied. In mijn opleiding ging het nog wel goed en ook op mijn eerste job, maar toen die wegviel, heb ik een aantal jaar wat gedoold. En ondertussen op een topjob terecht gekomen. Ik hoop dat dat ook voor jou in de toekomst ligt!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.